Neuro


Neuro binnen de NFM-Methode van Bweging

Het ‘Neuro’-gedeelte staat voor het zenuwstelsel, het orgaanstelsel dat alles in het lichaam aanstuurt, denk hierbij aan spieren, organen, hormonen, en de zintuigen en onze gedachten. Grofweg kun je het zenuwstelsel in twee ‘onderdelen’ splitsen. Men spreekt van het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel. Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. Je kunt dit zien als het ‘regelcentrum’ van het lichaam. Hiervandaan werken minstens 60 miljard zenuwcellen samen om het lichaam te besturen. Zo regelen zij de signalen die naar het perifere zenuwstelsel gaan. Het perifere zenuwstelsel wordt gevormd door alle overige zenuwen die informatie doorgeven over onder anderen positie, snelheid, warmte, kou, druk, pijn en ontstekingen.

Spieren

Het zenuwstelsel bestuurt de spieren. Dat gebeurt door het sturen van elektrische signalen vanuit de hersenen, via perifere zenuwen (de ‘telefoonkabels’) naar de spieren toe. Door deze commando’s wordt bepaald of een spier moet aanspannen of ontspannen. De beweging van de spieren zorgt ook weer voor informatie terug naar de hersenen. Er is dus sprake van tweerichtingsverkeer.

Gewrichten

Zoals de spieren informatie teruggeven aan de hersenen, doen ook gewrichten dat. Via sensoren in het kapsel van een gewricht wordt gemeten wat de positie is en hoe het gewricht beweegt. Dit heet propriocepsis (‘positiezin’). Wanneer deze verstoord is, raakt de communicatie tussen zenuwstelsel en gewricht uit balans, met gevolgen voor de spierwerking.

Hormonen

Het zenuwstelsel communiceert niet alleen via elektrische signalen, maar ook via hormonen. Hormonen zijn signaalstoffen die het lichaam aanzetten tot actie (zoals adrenaline, cortisol en endorfine) of juist ontspanning (melatonine). Deze hormonen worden geproduceerd door klieren die worden aangestuurd vanuit het zenuwstelsel.