Fascia


Fascia is een vorm van bindweefsel: de structuur die alle ‘losse elementen’ bij elkaar houdt. Er zijn verschillende soorten fascia, met verschillende functies.
Een van de grote functies van fascia is krachtsoverdracht. Dit in tegenstelling tot wat men eerder dacht: in veel fysiotherapiepraktijken en zelfs in de opleiding wordt nog gewerkt met de ouderwetse anatomie, die in 1543 ontwikkeld is door Vesalius en sindsdien vrijwel onveranderd is; het zogenaamde ‘spier-bot’-model.

Huidige onderzoeken tonen aan dat de anatomie volgens Vesalius verouderd is. Deze onderzoeken geven de ‘nieuwe’ anatomie weer volgens het Tensegrity-model. Dit beschrijft krachtoverdracht over langere stukken dan slechts van spier, via pees naar bot.

Oud en nieuw

Het scalpel (mes) van Vesalius stond in 1543 dwars op de structuren in het lijf; hij sneed de diepte in om te onderzoeken hoe het lichaam in elkaar zit. Slechts 25 jaar geleden is men begonnen met snijden in de longitudinale richting, of anders gezegd de ‘lengterichting’. Hierdoor kwamen onderzoekers erachter dat de structuren een samenhang hebben, in de vorm van bindweefselketens. Deze ketens blijken gevoelig te zijn voor positiezignalering (propriocepsis) in het lichaam via zenuwen en zijn verantwoordelijk voor krachtsoverdracht.

Krachtsoverdracht

Waar men voorheen dacht in krachtsoverdracht van spier naar pees, naar bot, blijkt het bindweefsel (fascia) hier een grote rol in te spelen. Alle vezels in een bepaalde richting ‘dragen’ een deel van de kracht. Daarom is het belangrijk dat de bindweefselketens juist ‘uitgelijnd’ zijn. Zie dit als een fietsketting die scheef op de tandwielen zit; je zult harder moeten trappen dan normaal om vooruit te komen, terwijl de ketting en tandwielen sneller slijten.

Tensegrity

De verbinding van verschillende onderdelen in het lichaam via fascia is onderdeel van een bijzondere balans, genaamd tensegrity (van tension en integrity). Deze balans betekent dat spanning op één plek invloed heeft op andere plekken in het lichaam. Zo kan een probleem op één plaats klachten veroorzaken op een andere plek. Pijn in bijvoorbeeld schouder, rug of nek is daardoor vaak een gevolg en niet de oorspronkelijke oorzaak.